Monitoring van zwerfafval op oevers

Tot op heden heeft Rijkswaterstaat nog geen gedetailleerd en structureel beeld van hoe de oevers van de rijkswateren er qua zwerfvuil bij liggen. Enkele natuur- en milieuorganisaties monitoren wel al sinds 2017 meerdere keren per jaar het zwerfafval langs de rivieren. Door vrijwilligers wordt het zwerfafval geteld en gecategoriseerd onder de vlag Schone Rivieren. De manier waarop gemonitord wordt, sluit aan bij de methode voor de strandmetingen voorgeschreven door de OSPAR. Op dit moment onderzoeken we of en hoe deze methodieken voor het meten van zwerfafval op oevers een stap verder kan worden gebracht.

Aanpak in drie fases

Om tot een structurele monitoringsystematiek te komen, volgen we een gestructureerde aanpak per programmaonderdeel. Deze aanpak verloopt via een aantal fasen. Eerst onderzoeken we met (pilot)projecten welke meettechnieken wel of niet werken. Daarna doen we metingen om een eerste beeld van de situatie te krijgen. Vervolgens onderzoeken we hoe we het beste kunnen monitoren op de lange termijn. De resultaten uit alle drie de fases gecombineerd geven ons antwoorden op de belangrijkste beleids- en beheervragen voor zwerfafval op oevers. Door deze resultaten vervolgens te combineren met de resultaten uit de programmaonderdelen 'zwerfafval in de waterkolom' en 'drijvend aan de oppervlakte' ontstaat een passend advies over riviermonitoring aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

drie-fases-imagemap Fase 1: Meettechniek Fase 2: Nulmetingen Fase 1: Meettechniek

Fase 1: Meettechnieken

In deze fase zijn we vooral bezig met:

  • het (door)ontwikkelen en toepassen van nieuwe technieken en methodologieën voor zwerfafval op oevers;
  • het opstellen van meetprotocollen voor monitoring door middel van meten, bewerken, interpreteren en presenteren van gegevens.

Hieronder lees je met welke projecten we bezig zijn:

Projectomschrijving: Schone Rivieren (IVN, Stichting de Noordzee en de Plastic Soup Foundation) heeft een rivierafvalonderzoek opgezet en gebruikt daarvoor een protocol dat gebaseerd is op de OSPAR-strand monitoring. Rijkswaterstaat wilde graag weten of deze methode ook toepasbaar is voor rivieroevers. Welke gegevens zijn erdoor beschikbaar en hoe bruikbaar zijn die voor het in kaart brengen en aanpakken van de bronnen van plastic in de Nederlandse rivieren? De Wageningen Universiteit (WUR) heeft dit voor Rijkswaterstaat onderzocht en geëvalueerd.

Het protocol van het Schone Rivieren onderzoek is het meest gedetailleerde protocol voor het karakteriseren van het type en de samenstelling van het zwerfafval op de rivieroever. De gegevensverzameling volgens deze methode geeft gedetailleerde informatie over het type en de samenstelling van het afval dat op de oevers ligt. Door het hoge aantal meetlocaties binnen het onderzoek van Schone Rivieren heeft Rijkswaterstaat een goed inzicht gekregen in de geografische trends, zoals de locatie van hotspots.

Looptijd: juli 2019 - januari 2020

Status: Afgerond

Partner: Wageningen University (WUR)

Rapport: Evaluatie en aanbevelingen

Projectomschrijving: De WUR heeft in opdracht van Rijkswaterstaat de Schone Rivieren-aanpak geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie én op basis van aanvullende beleids- en beheervragen heeft Rijkswaterstaat adviesbureau TAUW gevraagd de meettechniek door te ontwikkelen en te combineren met de CROW-methode (schouwen van afval). In deze aanpak is er extra aandacht voor SUP’s en SUP vervangende producten en het gewicht van het afval. Er wordt op 40 locaties 4 keer per jaar gemeten om de invloed van seizoenen in kaart te brengen. De aanpak wordt in fase twee voor het eerst toegepast middels een eerste jaarmeting.

Looptijd: september 2021 – oktober 2022

Status: lopend

Partner: TAUW, Stichting de Noordzee, WUR, IVN, Heydra Milieu Services b.v.

Rapport:

Projectomschrijving: In dit pilotproject is er vanaf een werkschip een visuele inspectie (schouwen) gedaan van zwerfafval op oevers. Het project is uitgevoerd op de Rijn, Maas en IJssel en de afvoergebieden van de Rijn en Maas, in totaal ongeveer 928 kilometer. De mate van vervuiling en de plekken met veel zwerfafval, de hotspots, zijn

Looptijd: juni 2021 – januari 2022

Status: Opgeleverd

Partner: Heydra Milieu Services b.v.

Rapport: Rapport beeldkwaliteit zwerfafval oevers vanaf het water

Fase 2: Nulmetingen (jaarmeting)

In deze fase doen we:

  • eerste observaties om inzicht te krijgen in de ordegrootte, samenstelling, hotspots en bronnen;
  • een nulmeting op de oevers voor de kwantificatie van zwerfafval;
  • vergelijken we het oude meetprotocol met het vernieuwde protocol.

Een nulmeting is een belangrijk referentiepunt. Het geeft ons inzicht in hoe we ervoor staan, laat patronen zien en geeft ons de ruimte om bij te sturen waar nodig. Met deze gegevens maken we onze zwerfafvalaanpak zo betrouwbaar en efficiënt mogelijk.

Hieronder lees je met welke projecten we bezig zijn:

Projectomschrijving: In dit project gaat TAUW de voorgestelde aanpak uit fase 1 uitvoeren middels een eerste jaarmeting.

Looptijd: april 2022 – maart 2023

Status: Lopend

Partner: TAUW, Stichting de Noordzee, WUR, IVN, Heydra Milieu Services b.v.

Rapport: < rapport toevoegen >

Projectomschrijving: In dit project zal Heijdra weer visuele inspecties uitvoeren vanaf een werkschip. De aanpak is aangescherpt op basis van de aanbevelingen vanuit het pilotproject.

Looptijd:

Status: Voorbereidingen

Partner: Heydra Milieu Services b.v.

Rapport: <rapport invoegen>

Fase 3: Langetermijnmonitoring

In deze fase houden we ons bezig met:het toetsen en combineren van de resultaten van de verschillende aandachtsgebieden (oevers, drijvend, waterkolom en technologie);

  • het maken van beleidskeuzes op gebied van kosten, efficiëntie en voor een goede implementatie in de werkzaamheden van Rijkswaterstaat;
  • het verzamelen en publiceren van data in een openbare database.