Versterken Beleidsbasis, meten is weten

In de afgelopen twee jaar is door Rijkswaterstaat in het onderzoeksproject 'Versterken beleidsbasis, meten is weten' verkend hoe verschillende effecten van zwerfafval (gezondheid mens en natuur; kosten zwerfafval; leefbaarheid en circulaire economie) het beste kunnen worden gemonitord. Als eerste zijn indicatoren ontwikkeld die de effecten van zwerfafval op de eerder genoemde effecten in kaart brengen. De huidige landelijke monitor zwerfafval is hierin als basis gekozen.

Gezondheid mens en natuur

Er is samen met experts een kwalitatieve inschatting gemaakt van de potentiële impact van verschillende fracties zwerfafval op de gezondheid van mens en natuur. Hiermee kunnen de meest zorgwekkende[1] categorieën zwerfafval in de monitor geïdentificeerd worden.

Voor de indicator 'Gezondheid mens en natuur' zijn tien prioriteitscategorieën benoemd. Dit zijn productcategorieën die én veel gevonden worden in zwerfafval én uit zorgwekkende materialen bestaan[2]. Met deze prioriteits-categorieën kunnen trends in zorgwekkend zwerfafval gemonitord worden.

Rijkswaterstaat bekijkt op dit moment welke aanvullende onderzoeken (bijvoorbeeld gewicht en productsamenstelling van zwerfafval) kunnen worden uitgevoerd om de effecten op gezondheid mens en natuur nog beter inzichtelijk te maken.

Kosten

Bij kosten gaat het om de directe kosten (preventie, monitoring, opruimen en verwerken van zwerfafval) voor gebiedsbeheerders en indirecte schadekosten voor economische sectoren (bijvoorbeeld schadekosten en omzetverlies landbouw, verlies toeristische omzet of verlies omzet winkeliers).

Directe kosten

Er is een onderzoek naar directe kosten van zwerfafval (peiljaar 2018) uitgevoerd. Dit onderzoek is volgen dezelfde systematiek uitgevoerd als een eerder, breed afgestemd, onderzoek naar kosten in 2010. De opzet en uitvoering van dit onderzoek is afgestemd met leden van een klankbordgroep. De leden waren NVRD, VNG, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat,  NederlandSchoon* en Afvalfonds Verpakkingen. De totale kosten voor preventie, monitoring, opruimen en verwerken van zwerfafval zijn geraamd op € 193 miljoen, waarvan 157 miljoen van rekening is voor gemeenten. Deze kosten geven inzicht in de trend van de kosten die worden gemaakt voor zwerfafval door gebiedsbeheerders.

Indirecte kosten

Om inzicht te krijgen in de indirecte kosten van zwerfafval is onderzoek uitgevoerd naar economische gevolgen van zwerfafval voor de veehouderijsector[3]. De conclusie is dat zwerfafval een probleem is voor de Nederlands veehouderijsector, met name wat betreft de opruimkosten, echter er is niet met zekerheid aan te geven in welke mate zwerfafval zorgt voor gezondheidsproblemen en gevolgschade.

Circulaire economie

Binnen circulaire economie draagt zwerfafval, door het verlies aan grondstoffen, negatief bij aan een gesloten kringloop. Een goed inzicht in gewicht en samenstelling van de productcategorieën ontbreekt en daarmee is het nu nog niet mogelijk om de totale omvang van het verlies aan grondstoffen te monitoren in de huidige monitor zwerfafval. Op dit moment wordt bekeken hoe verder onderzoek meer inzicht kan geven in de effecten van zwerfafval op de circulaire economie.

Leefbaarheid

Leefbaarheid is de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en wensen die er door de mens aan worden gesteld. Onder leefbaarheidseffecten van zwerfafval vallen vooral effecten die het gevolg zijn van visuele hinder. De negatieve gevolgen op leefbaarheid kunnen zich uiten in verminderd mentaal welbevinden (ergernis), een lager woongenot, een minder aantrekkelijke leefomgeving om te recreëren en meer criminaliteit. In de belevingsmeting wordt leefbaarheid al gemonitord.

[1] Met zorgwekkend wordt bedoeld de mate waarin materialen/producten een ecotoxicologische of fysische impact kunnen veroorzaken.

[2] De prioriteitscategorieën zijn snoepwikkels, kunststof flesjes (alle formaten), plastic tasjes, blikjes, take-awayzakjes, peuken, drankenkartons, take-awaybakjes, knijpverpakkingen en take-awaydrinkbekers.

[3] Impact van (zwerf)afval op de Nederlandse veehouderij, Kiwa VERIN, november 2019