Bijplaatsingen? Die vragen om een systematische aanpak

Sinds drie jaar is de Afvalstoffendienst van Den Bosch bezig met het project ‘bijplaatsingen’. Het doel van het project is simpel: bijplaatsingen bij ondergrondse containers definitief uit te bannen. De invulling is dat echter allerminst, want de uiteenlopende redenen van bijplaatsing vragen een consequente en systematische aanpak.

Om deze redenen in kaart te brengen en een systematische oplossing te zoeken, heeft de Afvalstoffendienst het gedragsbureau D&B in de arm genomen. De aanpak begint bij de overheid zelf, vertelt Asha Schoonheid, projectleider bij de Afvalstoffendienst. “Voordat je iets gaat doen, moet je naar jezelf kijken. Begin bij de basis, kijk naar je eigen processen.” Er is een breed aantal processen die te maken hebben met zaken als de reactiesnelheid op storingsmeldingen, het bijhouden van containers, de beschikbaarheid van containers, en de presentatie van locaties.

Voordat je überhaupt aan route-optimalisatie kunt denken, moet je zulke processen onderzoeken. Hiervoor postten de Afvalstoffendienst en D&B onder andere op locaties met de meeste bijplaatsingen. “Al snel bleek dat we bij de eigen processen nog aan veel knopjes konden draaien, zoals het sneller legen van de containers en het opzetten van storingsdiensten in het weekend. Ook hebben we de IT verbeterd en zijn we op een van de locaties begonnen met dynamisch inzamelen, zodat de containers beter beschikbaar zijn.”

Probleemlocaties

“Als de basis eenmaal op orde is, kun je kijken naar een locatiegerichte aanpak. Waar blijft bijplaatsing een probleem, zelfs na het stroomlijnen van de eigen processen? Dan onderzoek je per locatie wat de reden achter de bijplaatsingen is.” Inmiddels heeft de Afvalstoffendienst al enkele plekken onder handen genomen. Deze systematische aanpak gaat uit van een verbetering van de uitstraling en de communicatie.

Asha Schoonheid 5791

Het zogenaamde grasmatje stimuleert de uitstraling. Dit is een natuurlijk ogend matje dat de container de best mogelijke uitstraling geeft – en daarmee moet voorkomen dat mensen ongewenst afval dumpen naast de container. “Eind 2018 hebben we de eerste matjes geplaatst bij een winkelcentrum en in de wijk Boschveld aan de Lorentzstraat’. Met de matjes geef je als gemeente aan dat je er alles aan doet om het mooi te houden, en vraag je impliciet aan inwoners om dit ook te doen.” Ook de communicatie op de containers is aangepast. “We hadden bijvoorbeeld eerst een sticker met ‘Het is zonder meer verboden om…’, maar deze werkte niet goed. Op aanraden van D&B is er nu een sticker met een leesbare tekst en een positieve benadering.”

De reacties op dit soort ingrepen tonen dat de redenen van bijplaatsing bij elke locatie verschillen. Waar in de wijk het aantal bijplaatsingen gekelderd is, daar blijft het aantal in het winkelcentrum vrijwel net zo hoog. “Dit heeft te maken met sociale controle. Bij de containers bij het winkelcentrum is deze onvoldoende, doordat ze aan het einde van een parkeerplaats staan. Daarom verplaatsen we ze nu, dichter naar de weg toe tegenover een benzinestation. Hetzelfde probleem zien we bij twee locaties bij een ander winkelcentrum: de ene is tegenover huizen en daar is niets aan de hand, terwijl er bij de andere, die anoniem bij een rotonde staat, altijd bijplaatsingen zijn.”

Als een betere uitstraling en communicatie dus niet helpen, volgt een verplaatsing van de locatie ten behoeve van sociale controle. Toch blijft de hoofdboodschap: begin bij de basis. “Zorg dat die basis op orde is. Je kunt ergens wel een grasmatje plaatsen, maar als de container vies en vol is of niet werkt, dan houdt het op. De ‘Handreiking voorkomen van bijplaatsingen’ van NoviMores is een goed begin om je te verdiepen in een effectieve methodische aanpak.”